Achtergrond informatie liesbreuk

Een liesbreuk is een gaatje in de bindweefsellaag van de buikwand, waardoor iets heen stulpt vanuit de buik. Meestal is dit vet, soms ook darm. Een liesbreuk presenteert zich als een zwelling in de lies. Een liesbreuk komt veel voor, met name bij mannen. Ongeveer een kwart van de mannen krijgt een liesbreuk. Dat een liesbreuk vaker bij mannen voorkomt dan bij vrouwen heeft te maken met de verschillen in anatomie.

Bij de man ontwikkelt de zaadbal zich in de embryonale fase in de buik. De zaadballen dalen vlak voor of net na de geboorte in. Het is om die reden dat na de geboorte meestal door de consultatiebureau arts wordt gecontroleerd of beide balletjes zijn ingedaald. De zaadballen dalen vanuit de buik, door de buikwand heen in de balzak. De plek waar de zaadballen door de buikwand heen dalen is het lieskanaal. Achter de ballen volgen de bloedvaten en de zaadstreng. Deze laatste structuren lopen met nog enkele zenuwen door het lieskanaal. Het lieskanaal is ca 4 cm lang en verbindt de buikholte met de balzak.


Op dit plaatje zie je de rechter lies van binnenuit, dus vanuit de buik. Het klemmetje links onder in beeld houdt het buikvlies open, nadat dit ingesneden is. Pas dan kun je de anatomische structuren van de lies zien. In het wit zie je de zaadstreng. Deze loopt naar de bal toe. De blauwe en rode structuur rechts van deze witte zaadstreng zijn de bloedvaten die naar de bal toe gaan. Deze structuren samen lopen door de inwendige opening van het lieskanaal naar de bal. Links van de zaadstreng zie je nog twee bloedvaten. Dit zijn de bloedvaten die van de beenbloedvaten (onder de zaadstreng) naar de buikwand lopen.

Nadat de ballen zijn ingedaald moet het kanaal zo klein mogelijk worden om te voorkomen dat behalve de zaadbal nog meer structuren door het lieskanaal de balzak in dalen. Het kanaal wordt daarom na het indalen van de ballen als het ware gesloten. Bindweefsel sluit het kanaal af, zodat alleen nog de zaadstreng en de bloedvaten door het kanaal heen kunnen. Bij sommige jongetjes gebeurt dit onvoldoende en deze jongetjes hebben na de geboorte of op kinderleeftijd een liesbreuk. Als dat het geval is, wordt kinderliesbreuk verholpen door deze opening nauwer te maken middels een operatie.

Als men op latere leeftijd een liesbreuk ontwikkelt, komt dat niet doordat de opening primair (dus vanaf de geboorte) te wijd is. Het komt doordat het bindweefsel in kwaliteit achteruit gaat met de leeftijd. Het lieskanaal blijft altijd een zwakkere plek dan andere plaatsen in de buikwand. Als de bindweefselkwaliteit achteruit gaat, ontstaat er secundair een zwakke plek ter plaatse van het lieskanaal, ofwel een opening/ gat. Dit noem je de breukpoort. Door de druk in de buik, die met name heel hoog is bij niezen, hoesten en persen, wordt dan buikinhoud zoals vet of darmen door deze breukpoort heen geduwd. Er ontstaat een zwelling in de lies. De dunnedarm of het vet dat door de breukpoort heen stulpt noemen we de breukinhoud. De breukinhoud wordt omgeven door een breukzak. Deze breukzak bestaat uit buikvlies. Een liesbreuk bestaat dus uit 3 elementen:

  • Breukpoort: gat in de buikwand
  • Breukzak: de zak van buikvlies die samen met de breukinhoud door de breukpoort stulpt
  • De breukinhoud: inhoud van de breukzak, meestal vet of dunnedarmen

Omdat vrouwen geen ballen hebben die indalen door het lieskanaal is de lies een minder zwakke plek. Om die reden komen liesbreuken veel minder voor bij vrouwen.

Als je wilt testen of iemand een liesbreuk heeft, vraag je die persoon om op de achterkant van zijn hand te blazen. De druk in de buik wordt daardoor verhoogd. Indien er een te wijde inwendige opening is bij kinderen, of een breukpoort bij volwassenen, zal op die plek een bult verschijnen. Deze test noemen we de Valsalva manoeuvre en wordt bij routine onderzoek door de schooldokter uitgevoerd bij kinderen. Als men een liesbreuk heeft, dan is deze test meestal afdoende om de diagnose te stellen. Het is een enkele keer dat de dokter aanvullende onderzoeken nodig heeft om de liesbreuk vast te stellen. In dat geval kan een echo of een MRI van de lies gemaakt worden.


De man blaast op de achterkant van zijn hand. De dokter kijkt en voelt in de lies van de man om een liesbreuk vast te stellen of uit te sluiten.


De meeste liesbreuken geven klachten van pijn in de lies of een ongemakkelijk gevoel wanneer de breukinhoud door de breukpoort naar buiten stulpt. Vaak kan de man deze zwelling weer terug duwen. Een enkele keer zit de zwelling “vast”. In dat geval spreken we van een ingeklemde liesbreuk. Een ingeklemde liesbreuk is potentieel gevaarlijk omdat als er een dunnedarm ingeklemd is, de bloedtoevoer van de darm ook afgeklemd is. De ingeklemde darm sterft dan af en zo ontstaat er een gat ofwel perforatie in de darmwand. De darminhoud loopt de buikholte in en er ontstaat een buikvliesontsteking. Er is dan een acute operatie-indicatie, omdat je aan een buikvliesontsteking kunt overlijden. De darm wordt bij de operatie uit de breukpoort gehaald en het dode stuk wordt weggesneden. De breukpoort wordt gesloten.

Omdat de meeste liesbreuken klachten geven en vanwege het risico op inklemming wordt doorgaans geadviseerd om een liesbreuk te laten behandelen. De enige manier om een liesbreuk te behandelen is door een operatie. Je repareert een liesbreuk door de breukzak en breukinhoud uit de breukpoort te halen en deze breukpoort in de buikwand af te dekken met een matje. Je kunt dit grofweg op twee verschillende manieren doen:

  • via een open benadering waarbij een snee in de lies gemaakt wordt en het matje tegen de voorwand van de breukpoort en buikwand geplaatst wordt, of
  • via een kijkoperatie waarbij je met een camera en werkinstrumenten in de buik de lies benadert en het matje aan de achterkant van de breukpoort en buikwand plaatst.
Voordeel van de eerste methode is dat deze operatie ook onder lokale verdoving uitgevoerd kan worden. Voordeel van de tweede methode is dat er minder pijn is na de operatie en patiënten sneller hun oude activiteiten kunnen herstarten. In Nederland worden ca 35.000 liesbreukoperaties per jaar gedaan, wereldwijd ongeveer 20 miljoen. De beide methoden worden in Nederland toegepast. Complicaties van beide operatietechnieken zijn: bloeduitstorting, wondvocht-opeenhoping, wondinfectie, pijn of recidief. Een recidief wilt zeggen dat de liesbreuk terug komt. Het recidiefpercentage is 0–4% na een liesbreukoperatie.


Op dit plaatje zie je weer de rechter lies van binnenuit, dus vanuit de buik. Je ziet op dit plaatje twee breukpoorten, die weergegeven zijn als een zwart gat. De eerste breukpoort zie je aan de linker zijde, links van de buikwand-bloedvaten, dit noemen we een directe breuk. De tweede breukpoort zie je ter plaatse van de inwendige opening van het lieskanaal, dit noemen we een indirecte breuk. Deze twee verschillende liesbreuken zijn de meest voorkomende liesbreuken. Soms komen de twee ook tegelijkertijd voor, zoals bij deze patiënt. Je behandelt de liesbreuken door de breukpoorten af te dekken met een kunststof matje, zoals je op dit plaatje kunt zien.